straathonden-in-kathmandu.reismee.nl

Het leven in het vrijwilligershuis

We hadden de keuze tussen een meerpersoonskamer of een privékamer. Ik dacht dat ze daarmee een eenpersoonskamer bedoelden dus heb gekozen voor de eerste optie: we zijn immers met z’n tweeën.

We slapen daarom in het “green house” (het vrijwilligershuis). De privékamers zijn in het “white house” waar ook de manager van de vrijwilligersorganisatie met zijn gezin woont.

Totaal kunnen er geloof ik 30 vrijwilligers in de twee huizen terecht; deze week zijn we er met z’n vijven, volgende week geloof ik met z’n achten. Wij slapen in ons groene huis met z’n vieren in een kamer met drie stapelbedden. De andere twee zijn een Amerikaans meisje van 18 dat op een school lesgeeft, en een Belgische van 20 die al een paar weken in het straathondenproject aan de slag is, maar volgende week overstapt naar een constructieproject. Ook in het huis deze week is een Nederlander, die het constructieproject doet.

Dagelijks om 8.00 staat er ontbijt klaar, dat voor je opgeschept wordt. Elke dag is het een verrassing. Cereal met yoghurt en fruit, maar gisteren bijvoorbeeld aardappelcurry met witbrood.

’s Avonds om 19.30 is er weer eten in het huis. Eens per week met kip, de andere dagen vegetarisch. Afwisselend Nepalees en Westers. En ook een keer iets wat ook voor de makers nieuw was: momo’s (het nationale voedsel: gefrituurde gevulde deegdingetjes) die ze speciaal voor ons nu met kaas of met Snickers gevuld hadden. Dan daarbij een salade en als voorgerechtje heerlijke kleine oliebolletjes. Klinkt als een rare maaltijd, maar verrukkelijk.

Als je geen zin hebt om mee te eten kan je dat gewoon aangeven, zodat de twee lieve dames die koken weten voor hoeveel ze moeten koken. Ik vind het eten heerlijk. Na de maaltijd wast ieder zijn eigen bord en zo af.

Er staat een supergrote fles waar je gezuiverd water uit kan tappen in een beker, of je eigen fles kan bijvullen. Verder is er wifi (waar niet tegenwoordig) en is vandaag de koelkast vervangen want die deed het niet meer. Daar kan je dan zelf nog wat eigen dingen in zetten.

WC-papier gebruiken ze hier in Nepal eigenlijk niet. Elk toilet heeft een sproeier ernaast waarmee je jezelf schoon moet sproeien. Voor ons westerlingen staat er - als je het echt wil – een vuilnisbakje waar je papier in mag gooien.

Er is één warme douche in het huis en zeker nu er deze week zo weinig mensen zijn is dat heel luxe.

’s Avonds wordt er meestal rondgehangen op de bovenste verdieping: daar is de wifi het best!

De eerste dag hebben we een kennismaking met het Nepalese leven gehad. Over de religie, het eten, en vooral de culturele do’s en don’ts. En we hebben een Nepalese naam gekregen. Ik ben Indira, dochter Juni.

Groetjes van Indira

Het straathondenproject

Eerlijk gezegd wisten we niet precies hoe het zou zijn om bij het straathondenproject te werken. En wat je er van tevoren ook over leest – ik weet nu pas wat het echt inhoudt en hoe het voelt.

Kortgezegd: leuk om te doen en het geeft voldoening.

We doen ons vrijwilligerswerk bij het KAT Centre: KAT staat voor Kathmandu Animal Treatment.

Het uiteindelijke doel van het centrum is om een einde te maken aan het lijden van dieren in Kathmandu. Zie de foto's wat ze daarin tot nu toe al bereikt hebben.

’s Morgens nemen we vanuit het vrijwilligershuis met z’n drieën een taxi naar het KAT centre. De bus kan ook, maar de taxirit kost ons slechts een euro per persoon, scheelt een stuk lopen en is sneller. Dus erg aantrekkelijk.

Zodra we de poort open doen worden we begroet door talloze enthousiaste lieve honden, die inmiddels vrijwel allemaal in meerdere of mindere mate ons hart hebben gestolen.

Er zijn dagelijks iets van 8-10 Nepalese werknemers aan het werk. Momenteel zijn er ruim 60 honden. Er is een onderscheid tussen honden die binnen gebracht zijn om aan te sterken, te worden gesteriliseerd, en te worden ingeënt tegen rabiës, en honden die medisch behandeld worden omdat ze zijn aangereden, mishandeld, of ergens anders door gewond of heel erg ziek zijn. Die laatste categorie wordt telefonisch aangemeld door bewoners van Kathmandu. De ernstigste gevallen worden – als er plek is – met een “rescueteam” met de jeep opgehaald. Als de jeep het doet tenminste; momenteel heeft de accu kuren. Op zo’n rit worden dan eerst honden die zijn aangesterkt en behandeld weer vrijgelaten. Soms gaan vrijwilligers ook mee met de rescue mission. Zo is Juni vijf uur lang met de jeep door Kathmandu meegereden, voor een deel achter de jeep aan hangend, en hielp de aangemelde dieren dragen en rustig houden. Een hele belevenis, 7 nieuwe honden binnen gebracht, waarvan er een helaas niet meer te redden was.

Er zijn verschillende dagelijkse taken waar je je als vrijwilliger mee bezig kan houden. Bijvoorbeeld het maken, opscheppen en geven van eten. Dat is rijst met gekookt kippenvlees (gisteren een stuk of 40 kippenvoeten in kleine stukjes gestampt), het water bijvullen, kennels schoonmaken met antivliegenspul, 60 bakken weer afwassen, wassen van een hond (drie man nodig), op het terrein wandelen met een hond, en verder vooral het geven van veel aandacht en liefde.

In de middag is de dierenarts er ook en word je soms gevraagd te assisteren. Meestal een paar extra handen om de hond rustig te houden tijdens het onderzoek, het verzorgen van een wond of het geven van een injectie.

De honden die binnengebracht worden schijnen vaak in het begin angstig en soms agressief te zijn. Iedereen die hier werkt is echter zo met hart en ziel met het welzijn van deze honden bezig, dat dat echt aan de dieren te merken is. Ze voelen zich geliefd en hebben snel door dat er ook mensen zijn die wel te vertrouwen zijn.

Door de mensen die dit werk doen, vind ik het een project om trots op te zijn.

De start

 Hoi!

De komende twee weken ben ik met mijn dochter in Nepal. Al een tijd wil ik mijn kinderen meer van de wereld laten zien, andere culturen laten meemaken. Dat heeft er nu toe geleid dat wij met z'n tweeën (zij is nu 17) in Kathmandu zijn en vanaf morgen in een lokaal project meewerken, gericht op straathonden. Gewoon vanuit Nederland geregeld, via Travelactive (tip!).

De heenreis

Nou ben ik al vaker op Schiphol geweest, en ben (ook elders) wel bekend met wachtrijen op een vliegveld, maar dit was echt wat anders. Zelfs 's avonds op het nieuws, begreep ik. In ieder geval hebben we bijna 3 uur lang in rijen gestaan, niet gezeten en hebben nog nét het vliegtuig gehaald. Er waren nog net 10 minuten over waarin we de benodigde puzzelboekjes konden kopen.

Prima vluchten gehad. 6 uur met KLM naar Damman (Saoedi-Arabië), daar een uurtje in vliegtuig wachten en nog een uurtje naar Muscat (Oman). In Muscat hadden we 4 uur wachttijd op het vliegveld. Goede hamburger gegeten en oplader voor telefoon gekocht. Voor de rest vooral wachttijd. Puzzelboekjes ingewijd en een poging gedaan de gekochte KPN Wereldwijd bundel werkend te krijgen (niet gelukt).

Al eerste kennismaking met in een ander land reizen: mijn dochter, openminded as she is, zag - toen ze er langs liep - de gebedsruimtes aan voor toiletten. Er was namelijk ook een bordje met heren / dames op. Ze vond het wel een vreemde gewoonte dat je je schoenen uit moest doen voordat je naar de wc ging ;-)

Tweede deel van de vlucht was nog 4 uur tot Kathmandu. Daar aangekomen meteen geld gepind en conform alle adviezen lokale simkaarten gekocht.

Buiten werden we opgewacht door Rob (naast tientallen roepende taxichauffeurs). Rob is van The Green Lion, de lokale vrijwilligersorganisatie. Met de auto op weg door bekende Aziatische verkeersomstandigheden: zigzag samenspel van fietsers, wandelaars, auto's karren, vrachtwagens en stilstaande koeien.

Na drie kwartier aangekomen bij het vrijwilligershuis, onze thuisbasis hier in Nepal. Daarover een andere keer meer.

Groetjes,

Ineke

  • «
  • »